Tocht om de Noord, Tweedaagse

In het spoor van de bevrijding

Toen ik twee jaar geleden een verslag schreef over de Tocht om de Noord, besloot ik met de woorden: “Dit was de eerste keer dat ik één verslag over twee dagen gemaakt heb. En tevens de laatste. En zeker de laatste als naamdicht.” Tja, mooie, loze woorden!


Leestijd: 25 minuten

–Zaterdag–

Het is half zes wanneer de wekker gaat. Omdat ik middagdienst had, lag ik er niet al te vroeg en de slaap kwam uiteraard ook nog niet meteen, dus het is voor mij nu gruwelijk vroeg. Bovendien zie ik op tegen de komende twee dagen. Hoewel ik de tweeënveertig kilometer van de Ostfriesischer Freiheitsmarsch vorige week goed “absolviert” heb, is het nauwelijks een voorbereiding te noemen voor TWEE dagen van veertig kilometer. Maar goed, ik heb me opgegeven voor de twee keer veertig kilometer, dus twee keer veertig kilometer zal ik wandelen, of ik wil of niet. Door de veranderde manier van vervoer (trein in plaats van bus) is het onmogelijk om op die manier vanuit Delfzijl op tijd in Uithuizen te zijn (een probleem waar waarschijnlijk meer wandelaars mee kampen,) dus zit er niets anders op dan dat Lena mij met de Mokka brengt. Is ze in ieder geval mooi op tijd van bed af op haar verjaardag! Om negen minuten voor zeven, vijf minuten voor mijn starttijd, zet ik de apps aan bij station Uithuizen, waar je moet starten, om van daar af naar het startterrein (?) te lopen. Na het scannen van de startkaart krijg ik mijn Raaisbewies en kan ik weg….. als ik, of beter: mijn vlag, tenminste niet blijft hangen achter de lichtlijnen. Ik heb vanmorgen nog snel even mijn vlaggenmastje aan de rugzak getie-rapt. Na een afwezigheid van ruim een half jaar, is de extra hoogte even weer wennen.

Eenmaal in de Spekkersgang ben ik vrij van obstakels en kan ik , onder het gelui van kerkklokken,”los.” Op een verlaten kerkplein met Autoscooter en “Zweef,” beide uiteraard nog gesloten, komt een wandelaar uit Assen langszij en gezamenlijk lopen we richting Doodstil. Het parcours is gelijk aan dat van Uithuizen naar Winsum tijdens de Noorder Rondtochten. Weinig nieuws onder de opkomende zon dus, alleen ligt de temperatuur behoorlijk hoger dan toen, de voorspelde achttien à negentien graden worden vandaag ruimschoots gehaald! De jas, die ik uit voorzorg al uit gelaten heb, komt vandaag niet uit de rugzak. Het gesprek gaat over de Rondtochten, LAW’s, SP’s en de Delfzijlster vuurtoren. “Die is er toch niet meer?” hoor ik nu vragen. Nee, dat klopt, dat was ook de clou van het gesprek 😂 In Doodstil lopen we over die brug (het is Doods-til, niet Dood-stil) en slaan we af naar Zandeweer, voor mij bekend van Pronkjewailpad Noord en (de eigen interpretatie van) Oost. Bij de N999 haakt meneer uut Assen af (sanitaire stop) en loop ik even later op met een dame door Zevenhuizen, waar ook inderdaad, zoals gemeld in mijn verslag van de Etappe 9 van Oost, zeven huizen staan. Eppenhuizen volgt, waar de kerk geopend is. Ik maak van de gelegenheid gebruik om de veters opnieuw te strikken, zodat zone twee wat strakker komt te zitten, onbewust van de vorming van een wachtrij achter mij. Ik blijk precies voor het toilet te zitten. Ik verlaat snel de kerk, neem een sloot koffie (’t waren nuvere spuilkomm’n vol,) doe mijn oortje in, zet de Defileermars der Koninklijke Marine op repeat en vervolg in een aangenaam marstempo de weg, die naar Startenhuizen voert. Een aantal paarden draaft geagiteerd door een weiland, ik maak een foto. Een achteropkomende wandelaar denkt dat het een mooi plaatje zal worden. Dat hàd gekund, als ik er wat meer tijd voor had genomen. Het is nu een beetje een zo-zo-plaatje. De N999 komt weer in zicht en het woonhuis van een boerderij komt mij bekend voor. Ik besef dat ik hier nog steeds op mijn aangepaste Pronkjewail-route loop. Na het viaduct van de N46 loop ik Startenhuizen binnen, gevolgd door Garsthuizen, allemaal bekend terrein van het Pronkjewailpad.

Nou, die hebben er meer vertrouwen in dan ik!

Daarna wijkt de route gelukkig weer af van dat pad. Aan de Dijkumerweg worden we door voorraadschuren geleid, waar mijn ogen licht beginnen te prikken. Geen wonder, want de eerste schuur ligt bijna tot de nok vol met siepels (uien). De tweede schuur bevat hoog opgetaste kratten met piepers. Hier is het, in tegenstelling tot buiten, frisjes. Na de schuren loop ik op met een “Faarmsommer” (een inwoner van Farmsum,) die ik twee weken geleden tegenkwam tijdens de Walfridusvoettocht. Een wandelaar achter ons weet te vertellen, dat we op Honderd zijn. Bij mij rijst daarop de vraag of we àl honderd hebben, of dat we nòg honderd moeten. En wat die honderd dan zijn. Vijf kilometer verder kom ik weer op de route van Oost, rechtdoor ligt ’t Zandt, wij gaan tegen de Oostroute in, linksaf over het fietspad naar Zijldijk, waar we vriendelijk welkom worden geheten, middels een spandoek. In buurthuis “’t Fivelhoes” ligt, tegen inlevering van de traktatiekaart, een ontbijtje klaar: bolletje, thee/koffie en een eitje. Wanneer ik hem tik, schiet mij opeens door het hoofd: “Hai is toch hopelijk wel kookt!!” Dat blijkt gelukkig het geval, dus mijn knie blijft schoon. Het ontbijtje smaakt “meroakels” en na twintig minuten hang ik weer om, om mijn weg te vervolgen. Terwijl wandelmaat vertrekt, raak ik aan de praat met een wandelaar, waar ik een paar keer mee opgelopen heb tijdens de Noorder Rondtochten. Na het ophalen van herinneringen, vertrekken ook wij.

Datsuns.

Even later sta ik weer stil, want een trio Datsuns (kennen we dat merk nog? De voorloper van Nissan.) dat staat te glimmen in de zon, moet even op de foto. Altijd mooi spul, oude auto’s. Na Oosternieland verlaat ik het parcours van Oost en loop ik linea recta naar Roodeschool. De aanloop naar het dorp doet vermoeden, dat het WK voetbal in volle gang is, veel oranje-rood-wit-blauw. Hoewel ik in Roodschoul weer op het Pronkjewailpad kom, is er zoveel te zien, dat ik dat nauwelijks door heb. Het thema “75 +1 (=76) jaar Bevrijding” van de Tocht om de Noord wordt in het dorp duidelijk uitgebeeld. Ouderwetsche kledij, vrouwen achter lage, houten kinderwagens, mannen op klompen (die ikzelf overigens ook nog vaak draag,) wat old-timers, een paar Tommies en kinderen op stelten. Ze kunnen het beter dan ik, dat steltlopen. Hier en daar rijdt een jeep (Willy’s, dan wel NEKAF) en een enkele, niet geheel in het tijdsbeeld passende, (maar daarom niet minder mooie,) DAF YA-126 ééntonner. In de tuinen staan wasrekken, bekleed met camouflagenetten en de nodige militaire uitrustingsstukken: helmen, jassen en een enkele pio-schop, mijn wandeluitrusting valt hier nauwelijks uit de toon.

Het goede merk, de goede kleur… verkeerde eigenaar🤣

Landbouwmechanisatiebedrijf Oosterhof heeft showroom en werkplaats opengesteld en ik ben onder de indruk van het formaat van onder andere de Steyr trekkers, die van dichtbij nòg groter blijken, dan ze vanaf de weg al lijken. Na een rondje door het bedrijf gaat het op Oosteinde aan. Een metallic-groene OPEL Manta staat te glimmen in de zon. Mooi, mooi, mooi! Na een rondje door het Nijkerkje steken we de Hooilandseweg over en na een concertje van (de malletband van) “Uno Animo” uit Zuidwolde, met in hun gelederen kennis Gerda, gaat de route richting Spijk. Een paar piepjonge wandelaars (jaar of vijfendertig,) klaarblijkelijk in de veronderstelling dat ik met oortjes in niets hoor, vindt dat ik te veel spullen bij me heb. Nou, ten eerste: met slechts één oortje in, hoor ik uitstekend wat er om me heen gebeurt en ten tweede: er is maar één persoon op de hele wereld, die bepaalt of ik te veel of te weinig spullen bij me heb: ik-zei-de-gek 😂😂 Heb ik een pio-schop nodig? Nee, maar hij heeft zijn plek aan de koppel verdient. Heb ik twee regencapes nodig? Vandaag misschien niet, maar beter mee verlegen, dan om verlegen, vind ik. (Zo, dat mos ik eev’m kwiet!) In Spijk, versierd met internationale en Spiekster vlaggen, worden we onder de erebogen bij bloemen- en plantencentrum “Bie de jongens” doorgeleid. Een beetje prematuur misschien, we moeten nog vijftien kilometer, maar daarom niet minder gewaardeerd. Bij Spijk moeten ook ergens Grunneger Poppetjes te koop zijn (Loeksjes, nuim ik dij,) maar ik zie niets. En voor de reacties losbranden: ja, dat was op de tuinfair en ja, die heb ik overgeslagen en ja, dat is jammer, maar er is helaas niets meer aan te doen. Via het Pronkjewailpad loop ik verder naar Bierum. Een groep jonge dames (vergeleken met de snotneuzen voor Spijk, zijn ze echt heel piep) overlegt zachtjes of ik de veertig kilometer loop. Ik knik geluidloos en krijg applaus, ook weer wat prematuur. Zij lopen ongetraind de twintig (die vandaag maar zes kilometer langer is,) wat ook een applausje waard is. Ik wissel de muziek, na een paar honderd keer hetzelfde nummer, doet verandering van spijs eten, of in dit geval: lopen. De Mars van de 41e Lichte Brigade gaat erop en met vernieuwde energie marcheer ik Bierum binnen. In dorpshuis Baaiermerstee neem ik een Fanta, ‘t is dörstig weer. Net weer op gang lokt een bord mij de Luingahof binnen en dan met name het laatste woord op dat bord: IJs! Dat lust ik wel even. Met een beroemd waterijsje in mijn mond ga ik daarna als een Raket langs de kerk en Bierum weer uit.

….wat jij niet ziet.

Fris en fruitig (voor even dan) gaat het onder de Hogelandsterweg door naar Losdorp. Ook hier diverse dorpsbewoners in kledij uit vervlogen tijden. Na een tweede tunnel volgt een rondje om restaurant Eemshaven. En opeens zie ik een donkergroene vrachtauto. Een vrij specifieke donkergroene kleur: Dark Olive Green, donker olijf groen, beter bekend als legergroen. Vanuit Uithuizermeeden is een colonne historische militaire voertuigen onderweg naar, uiteindelijk, Fiemel. Jammer genoeg bevind ik me net aan de verkeerde kant van de Hogelandsterweg, maar wellicht zie ik ze nog in Delfzijl. Ik marcheer derhalve verder, door een danszone. Dus. Bij gebrek aan mijn danspartner, die zit thuis verjaardag te vieren, laat ik Tango, Quick Step en Weense Wals achterwege en stap verder naar Holwierde, waar ik, getuige de opmerkingen van het publiek nèt te laat ben: het konvooi is al verder getrokken. Met bijna vijfendertig kilometer op de teller en ook nog deze teleurstelling te verwerken (😂,) ben ik toe aan iets verfrissends. Een flesje melk is daarvoor uitermate geschikt. Op het flesje staat 1L, maar dan is het wel supergecontreerd, want het is een halve litersflesje😂. Honderd meter verder staat ook nog een tappunt met gemeentepils (ik heb liever kraanjenever, maar dat hebben ze niet,) waar ik de veldfles weer bijvul. Jammer genoeg met lauw water (het is warm buiten en we zijn wijs met water,) maar dat is beter dan niets. Vanaf Holwierde kom ik weer op bekend terrein. Héél bekend terrein. Naast de Pronkjewailpaden Noord en Oost, ken ik dit ook van de vijftien kilometer-route van de Avondvierdaagse Delfzijl. Dat is aan de ene kant jammer, maar het betekent ook dat ik bijna binnen ben, Delfzijl is in zicht! Ik marcheer stevig verder en een wandelaarster die ik inhaal wil automatisch mijn tempo en ritme overnemen. Ze bedenkt zich net op tijd, denkt dat dat niet goed gaat komen. En dan krijg ik een opmerking naar mijn hoofd geslingerd, waar ik het niet mee eens ben!!

De Paal van Staal

Zelf maakt het me niet uit wat anderen van me vinden, of hoe anderen me noemen. Ik ben uitgemaakt voor boswachter, soldaat, ontdekkingsreiziger en zelfs zwerver. Hoewel de stadse dame in kwestie het hoogstwaarschijnlijk snerend bedoelde, in de zin van dakloze, had ze natuurlijk wel een beetje gelijk, want ik zwerf van Lauwerszee tot Dollard tou en van Drenthe tot aan ’t Wad…. en verder. Maar de kwalificatie die mij nu toebedeeld wordt, verdien ik niet. Ik word namelijk uitgemaakt voor veteraan…. en dat ben ik niet! Een veteraan is iemand die zijn/haar leven op het spel heeft gezet voor de vrijheid van anderen en heeft die titel verdient, ik niet! Ik had hooguit uit de twintig meter hoge klimtoren van het Korps Commandotroepen kunnen donderen, of achter uit een viertonner kunnen worden gerammeld (beide overigens bijna gebeurt.) Dus bij deze: je kunt àlles van me zeggen, maar ik heb géén recht op de titel Veteraan. Nu dat rechtgezet is, kan ik verder rond Oetwierder kèrk, richting Biessum en af naar Delfzijl-Noord, waar ik, toen ik nog jong was, ook nog een blauwe maandag gewoond heb, op een steenworp afstand van de route. Bij de “Paal van Staal,” een mijns inziens wat denigrerende benaming voor het Monument voor Ede Staal, ga ik de dijk op, maar niet nadat ik een steekijsje gekocht heb. Nog anderhalve kilometer resten tot de Finish in de Eemsdeltahal. Een dameskoortje zingt de wandelaars de laatste vijfhonderd meter nog wat moed in en vlak voor de Finish krijg ik een verfrissende doorsmeerbeurt. Een dame biedt aan het zweet uit mijn shirt te wassen, wat eigenlijk wel nodig is, want het is wit uitgeslagen. Dat shirt moet dan echter wel uit en omdat ik er niets onder draag, gaat het helaas over. Na éénenveertig kilometer heb ik de Finish bereikt. De voeten doen zeer, ik ben drijfnat van het zweet en voel de vermoeidheid, maar ik ben binnen, de eerste dag zit erop.


–Zondag–

Ik sta op, nog niet wakker. Ik wankel door het huis als een stakker. Deze tekst van V.O.F. De Kunst slaat deze zondagmorgen wel op mij. Met moeite kan ik mijn ogen open houden. De vermoeidheid hakte er zaterdagmiddag na thuiskomst behoorlijk in. Zo erg, dat ik bijna van mijn stokje ging en ik zelfs geen Tom Pouce door mijn keel kon krijgen. Na een goede maaltijd werd het beter, maar half zes blijft vroeg. Na “Eééén kopje koffie” word ik eindelijk een beetje wakker en snoer ik de Meindl’s weer aan. De voeten voelen beter dan gisteren en ik krijg wat meer vertrouwen in een goede afloop. Wanneer ik ook nog, zoals ik me heb voorgenomen, rustig aan van start ga, gaat het vandaag vast lukken. Om kwart over zes zet de Mokka zich in beweging en chauffeert Lena mij naar het Hoofdstation van Stad, waar dag twee begint. Terwijl de lucht langzaam begint te kleuren, maak ik wat foto’s van station en -splein, alvorens de anderhalve kilometer naar de Martinikerk af te leggen. De straten zijn praktisch verlaten, alleen andere wandelaars zoeken zich een weg naar het startpunt. In het centrum is het een puinhoop. Een laag afval bedekt de straten en mannen van gemeentereiniging zijn druk bezig alles bij elkaar te spuiten en op te ruimen. De combinatie van water en troep geeft de binnenstad een niet al te frisse geur. Ik volg de pijlen, weg van de troep, naar de Nieuwe Markt. Daar raak ik even het spoor bijster, het volgende pijltje is onzichtbaar, maar met behulp van de routebeschrijving vind ik de juiste weg naar de Martinikerk, waar ik via de hoofdingang naar binnen wil. Dit blijkt niet de bedoeling en verkeersregelaars roepen mij richting voorste ingang. Een paar pijltjes was handig geweest. Na de stempel op het Raaisbewies stiefel ik de kerk uit, om meteen te stoppen om de jas, die thuis nog nodig was, uit te doen, ik begin het al weer warm te krijgen. Het oortje gaat in, deze keer spelen The Bands of H.M. Royal Marines de mars “Pentland Hills” over and over again en met gezwinde spoed, haast ik mij over Stadse wegen, mijn voornemen om rustig van start te gaan, ben ik allang vergeten, maar blijkt ook niet nodig, ik heb, tegen de verwachting in, totaal geen last van pijnlijke voeten of spieren.

Jullie vragen je misschien af, waarom ik mij door Stad háást. Nou, omdat ik niet zoveel met Stad hèb. Het is groot, het is druk, het benauwt me. Daar komt nog bij, dat ik een groot deel van de Stadse route al twee keer gelopen heb dit jaar, tijdens de Noorder Rondtochten en tijdens mijn Bevrijdingstocht. Het fietspad langs het Eemskanaal ken ik nu wel, ik was bijna kind aan huis bij het Loopsportcentrum Noord en zelfs door het Bevrijdingsbos ben ik twee weken geleden nog gelopen, dus hoe sneller ik Stad uit ben, hoe liever het mij is. Desondanks maak ik bij de Oostersluis nog even een afsteker voor een panoramafoto, al zullen achteropkomende wandelaars misschien andere vermoedens gehad hebben. Even voor de Oostersluis krijgen we ‘n tuutaai. Lekker, een eitje. Aan de Regattaweg volgt een rondje door het Loopsportcentrum. Er staan een aantal (pup)tentjes opgesteld en ik heb zin om ééntje uit te proberen en het personeel te vragen, om mij om tien uur te wekken. Uiteraard doe ik dat niet, maar marcheer verder, de Eemskanaaldijk op. Ik verander de muziek naar Ron Goodwin’s “Aces High,” uit de film Battle of Britain. De muziek begeleidt me terwijl ik doordender langs het kanaal. Na de ringweg sla ik af naar Oosterhoogebrug, waarna ik in Lewenborg terecht kom. Ik ben al een uur bezig en nog steeds Stad niet uit. De fietssnelweg naar Ten Boer leidt me verder en verder naar de rand van de stad. Anderhalf uur na het starten bij het station, bereik ik Noorddijk en laat daarmee de Stad eindelijk achter me. Ik krijg (figuurlijk) weer adem.

Langs de rand van de stad loop ik naar het Bevrijdingsbos. Een koffie-caravan doet zo te zien goede zaken. Ik laat koffie achterwege en loop over het Kinderrechtenpad. Na het bos gaat de route over de historische Stadsweg, een oude handelsweg van Groningen naar Emden, waar overigens behalve de ligging, weinig historisch meer aan is. Een vier meter breed betonpad heeft de vroegere kleiweg vervangen, niet tot ieders genoegen. En ook ik ben niet blij. Niet om het fietspad, maar om mijn camera. Vorige week deed-ie raar, het leek of de sensor het niet deed. Gelukkig bleek het euvel van voorbijgaande aard….. tot nu. In de zoeker zie ik nu alleen de gegevens, het beeld van de sensor bestaat slechts uit lichte, flitsende lijnen. Ik ben dus aangewezen op de telefoon voor foto’s. Via de Lageweg loop ik naar Thesinge, ik herken de weg van de Walfridusvoettocht. Bij Dorpshuis Trefpunt lever ik mijn traktatiekaart in (verkeerde keuze) en op het schoolplein van CBS De Til drink ik een kop thee. Een mij onbekend fanfareorkest (ik weet uit betrouwbare bron, dat Thesinge al jaren geen fanfareorkest meer heeft) zet een mars in en ik weet na de eerste drie tonen al welke: Jubilissimo! Die heb ik in mijn muzikale carrière ook jaren gespeeld. Na de thee en een banaan, ga ik verder. Molen “Germania” draait, de molenaar deelt speltpannenkoeken uit. Aan de Bovenrijgerweg volgt een afsteker naar een melkveehouderij. Een paar jonge katjes buitelen over elkaar heen. Het wordt moeders allemaal wat te druk, die verdwijnt in de stal. Ik ook, om er aan de andere kant weer uit te lopen. Een beker Optimel later, vervolg ik mijn pad, langs het Metaalatelier, waar de Jazzfanfare staat te spelen en een tweede melkveehouderij, waarna ik de fietssnelweg weer opsla. Lang, recht en ietwat saai gaat het in sneltreinvaart naar Ten Boer.

Plotseling sta ik stil. Wat het is weet ik niet, een voorgevoel, iets wat ik gelezen of gehoord heb, misschien beide, maar er klopt iets niet! Honderd meter eerder staat een pijl. Op een onlogische plek, twee, drie meter van het pad af. Er wordt uiteraard zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande palen voor pijlen, maar deze staat onlogisch. De pijl kan er, in looprichting gezien, op twee manieren aan bevestigd worden, rechtdoor wijzend, naar Ten Boer, of loodrecht op de looprichting, het bos inwijzend. Er is echter een derde mogelijkheid: deze zit schuin op de paal! Dus wijst hij nu rechtdoor, of wijst hij het bos in? Beide kan. Iemand voor mij heeft, om wat voor reden dan ook, besloten dat hij richting Ten Boer wijst. De mens is een kuddedier, dus iedereen daarna is gedachteloos achter zijn voorganger aangesjouwd. Nu kun je van mij veel dingen zeggen, maar dat ik met de kudde meega, nee, dat dan weer niet. Honderd meter verder komen de vreemde plek cq. stand van de pijl en iets wat ik gehoord heb samen, het kwartje valt, zogezegd. De routebeschrijving komt op ’n batterij! “RA (rechtsaf dus) Ten Boersterbos in.” Tja, hier of misschien verderop? De app moet uitkomst brengen. En dat brengt-ie! Ik loop niet op de routelijn, maar ernaast, dus de pijl hoort het bos in te wijzen. Ga ik terug, of loop ik met de kudde mee naar Ten Boer, daar komt ook de route door het bos tenslotte uit. Oh ja, “je kunt van mij niet zeggen dat ik met de kudde meega” schreef ik net, dus ik ga terug. Nou, dat valt op: “Je loopt de verkeerde kant op!” “Most aander kaant op hor!” “Is’t die te vèr?” “Ga je terug?” Ik leg uit dat de route door het bos loopt. Mijn tegenliggers besluiten door te lopen. Dat mag, moeten ze zelf weten, qua afstand zal het niet veel uitmaken. Wanneer ik het bos in verdwijn, beginnen andere wandelaars te twijfelen, de papieren worden gecheckt. Een aantal loopt achter mij aan. Jammer genoeg loop ook ik verkeerd. Na die eerste pijl zie ik namelijk niets meer. Òf ik heb ze gemist, òf ze staan er niet (baldadigheid van de Ten Boerster jeugd?) Ik navigeer op de app, maar de pluktuin, waar in de beschrijving sprake van is, mis ik. Bij een volgende splitsing zie ik een pijl van achteren en zit ik weer op de route. Terug op het fietspad is dat in de richting van Groningen leeg tot aan de pijl, blijkbaar loopt iedereen nu door het bos. Of dat komt doordat men de routebeschrijving leest, of door kuddegedrag, dat weet ik niet.

Omdat de route door het bos, door het teruglopen, iets meer tijd gekost heeft en het fietspad leeggelopen is, is het ook vòòr mij nu rustig en ongestoord loop ik Ten Boer binnen. Redelijk bekend terrein uit mijn tijd bij muziekvereniging “Volharding.” Wat ik in dit dorp nìet ken is het Lutjehoeskespad, een wandelpad tussen het dorp en Woldwijk, een coöperatie voor duurzame initiatieven. Eén van die initiatieven is een groep tiny houses, lutje hoeskes in ’t Grunnegs. Naast huisjes staan er de nodige kunstzinnige creaties. Na dit rondje gaat het weer terug naar de Stadsweg en via Oosterdijkshornerverlaat ga ik op Ten Post aan. Ik zit nu weer op de route van de Noorderrondtochten. In Kröddeburen is zowaar weer wat vertier, al is het thema Bevrijding vandaag minder zichtbaar. Ik stap door, ik ben ongeveer op de helft en verwacht langs de Witte Molen te lopen, maar blijk linksaf te moeten slaan. De Stadsweg volgt vanaf hier onverhard de slingers van het voormalige riviertje de Fivel. Het onverharde pad komt uit op de Delleweg, waar twee slagwerkers de wandelaars de vermoeidheid proberen te laten vergeten. De weg voert naar Winneweer en vervolgens naar Garrelsweer, waar ik een tolhek heb, een pleisterplaats, bij Christien.

Christien is een nicht van Lena en haar man is jarig, dus ga ik maar even langs voor een felicitatie, kan ik misschien ook meteen de veldfles vullen. Dat even duurt wat langer dan gedacht en een kleine drie kwartier en twee rivella’s later trek ik verder. Meestal duurt het even voordat ik weer op gang ben, zeker na dik vijfentwintig kilometer, maar nu zit ik meteen weer in mijn ritme. Ik verander de muziek nog maar een keer, de Defileermars komt er weer op en doar schit ’t weer hèn. De weg is bekend en ook na de Eekwerderdraai bij Wirdum, loop ik op bekend terrein, mijn aangepaste route van de Oost liep hier langs. Langs de borg Rusthoven gaat het naar Ekenstein en vervolgens langs en over het Damsterdiep naar Appingedam. Ik zie een vliegtuig op lage hoogte en krijg een voorgevoel, dit is geen alledaags toestel. Ik grijp de camera, die het ondertussen weer doet en probeer het toestel te “vangen.” Net voordat ik af wil drukken, verdwijnt hij achter een boom. Da’s jammer, Flightradar weet namelijk te melden dat het een DC3 (Dakota) is. Een beetje op de automatische piloot loop ik verder. Vooral het feit dat je de omgeving zo goed kent, maakt dat je de schoonheid ervan niet meer ziet. Wat ik wel zie, zijn twee jongedames die sunterkloaskoekjes (speculaasjes) uitdelen en opbeurende teksten op het wegdek.

Kop d’r veur, blik op oneindig, gratis verkoeling (een duik in het Damsterdiep.) Dat laatste is aanlokkelijk, maar laat ik toch maar achterwege. Na een vreemde slinger via de rotonde in de Jan Bronsweg (misschien uit veiligheidsoogpunt?) loop ik richting Delfzijl. Een steelband brengt met tropische klanken de zon een beetje terug, die het nu even af laat weten. Reinier van den Berg voorspelde een bewolkte dag vandaag, maar daar heb ik tot nu toe nog niet veel van gezien. Nog zevenenhalve kilometer scheiden mij van de Finish, zevenenhalve kilometer die voelen als een soort Via Gladiola van de Tocht om de Noord. Ik loop namelijk op de route van de laatste dag van de Avondvierdaagse Delfzijl, inclusief intocht en zal dat tot aan het Burgemeester Buiskoolplein ook blijven doen. Enerzijds toepasselijk, anderzijds tè bekend. Ik ben dan ook blij wanneer ik met twee dames op kan lopen, het leidt de aandacht af van ‘t kundige pad. De drie zeehelden op een rotonde leveren gespreksstof op, want wie zijn, naast Michiel Azn. de Ruyter, die andere twee. Eéntje is Prins Maurits, dat weet ik, van de tweede moet ik de naam schuldig blijven. En ook wie dan wie is, is mij onbekend. Ik heb het geweten, maar niet alles blijft hangen. Inmiddels weet ik het weer, dus Piedie, als je dit leest: die ene met baard is prins Maurits, die met het kraagje is nìet prins Maurits, maar het kleine opdondertje, dat de Spanjaarden een vloot met zilver ontfutselde: Piet Hein. Alle drie deden ze ooit met een vloot Delfzijl aan en zijn daarvoor vereeuwigd in isolatieschuim.

Even wijkt de Tocht af van de intochtroute, wanneer we door de Farmsumer kerk geleid worden. Het is zeker veertig jaar geleden, dat ik hier geweest ben, tijdens een doopdienst, met de Zondagschoolklas. “Eeeeeh, Zondagschool? Jij?” Ja, Zondagschool! Ik! Pa en moe De Vries wilden op zondagmorgen waarschijnlijk wat rust, dus werd ik as leutje beudeltje maar de Zondagschool gestuurd. ‘k Bin der nait minder van word’n. Ook nait beter, trouwens. Even voor A.C. Tion houd ik in voor weer een steekijsje, terwijl de dames doorlopen, wat mij de gelegenheid geeft om Lena te bellen. “Ik ben bij A.C. Tion!” “Ja, dat zag ik, ik sta bij de Expert.” Vanaf daar kan zij mij onmogelijk zien en dat zeg ik dan ook. “Mor op Maps wel!,” is haar triomfantelijke antwoord. Duuuus! Deur ’t Jenevergankje en de Kerkstraat kom ik op het Molenbergplein en schiet ik de Schoolstraat in. In de verte zie ik al de trap, die ons op de dijk moet brengen. Vlak voor de trap haal ik de twee dames weer in en gezamenlijk bestijgen we de treden. “De lèste loodjes weeg’n ’t zwoarst,” schreef iemand in de Tocht om de Noord-Facebookgroep. Mwoah, ik vin’t wel mitvaal’n. Of het van het gezelschap komt, het feit dat ik wìst dat de trap kwam of door een adrenalinerush, weet ik niet, maar schijnbaar moeiteloos bereik ik de Diekloper, de nieuwe voetgangersbrug over de Oosterveldweg. Zijn voorganger, de Keerweer-brug, ligt er eenzaam naast. Een dameskoor zingt luidkeels een ABBA-medley en geeft nog meer energie. De eindstreep is in zicht…. figuurlijk dan, want een echte eindstreep heb ik niet gezien. Bij de Finish volgen de dames het linkerspoor (2×20 km.) en schiet ik naar rechts, voor de tachtig. Een laatste stempel in mijn Raaisbewies, na driënveertig kilometer, en ik heb mijn medaille verdient. De dames met wie ik de laatste kilometers opliep, zie ik niet meer, de “gezellige foto’s,” die één van de twee in gedachten had, moeten wachten tot een volgende keer.

Tja, mijn tweede Tocht om de Noord. Het was ouderwets gezellig, de sfeer was geweldig en het weer kon niet beter… nou ja, iets koeler misschien. Het was als vanouds, voor zover ik dat na twee keer kan beoordelen. De routes, ja, wat zal ik daarvan zeggen. Het was voor mij tè bekend. Dat is waarschijnlijk het nadeel, wanneer je, zoals ik twee jaar geleden schreef, in je eigen “achtertuin” wandelt. Je word’n overvouert, zeg mor. Het Eemskanaal, Doodstil, Appingedam/Delfzijl, been there, done that, more than once! Ik laat nu het hele gebied ten Oosten van Groningen (stad) even voor wat het is en ga nu waarschijnlijk weer aan de Knapzakroutes, Trage Tochten en Groene Wissels, bij voorkeur in Drenthe, met of zonder vrouw en/of Diva. Oh ja, voor wie tot hier gekomen is (vijfentwintig minuten duurt tenslotte lang😂:) vorige keer had Willem Albert Scholten zich verstopt in het verslag. Het thema van deze Tocht was 75 (+1) jaar Bevrijding. De laatste slag op het Nederlandse vasteland was de slag om Delfzijl, waar de Duitse troepen nog lang standhielden, met behulp van de FLAK-batterijen van Fiemel, Nansum en Dollart-Süd (bij Ambonezenbosje.) De Canadezen noemden het niet The Battle of Delfzijl, maar hadden er een andere benaming voor. Welke dat is? Het staat met koeieletters in dit verslag. Tot volgend joar apmoal!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s